Informatie

Katten zijn echte roofdieren en hun hele lichaam is op dat doel gebouwd. Van de stand van de tenen, tot de vorm van de kaak en het gebruik van de nagels. Alles is er op gericht om een prooi te besluipen, te vangen en daarna te verschalken. Hoewel de meeste katten in Nederland niet meer voor hun eigen voedsel hoeven te zorgen, jagen katten elke dag. En af en toe nemen ze een prooi mee naar huis om hun baas of bazin te plezieren. Dit zit in het karakter van de kat en moeten kattenbezitters op de koop toe nemen.

De lichaamsbouw van een kat

Kattenpoten hebben vijf tenen aan de voorpoot en vier tenen aan de achterpoot. De eerste voorteen wordt niet gebruikt bij het lopen, maar dient puur voor het grijpen van de prooi. Katten kunnen hun nagels volledig intrekken en zullen dat ook het grootste deel van de tijd doen. Voor een kat is het heel belangrijk om in huis een krabpaal te hebben. Nagels scherpen is een belangrijk onderdeel van de dagelijkse verzorging van een kat. Ze gebruiken hiervoor ook heel graag een boomstam. De staart zorgt voor het evenwicht en wordt ook gebruikt om mee te communiceren.

Het skelet van een kat bestaat uit 250 botten. Katten hebben een vrij ronde kop en een korte snuit, grote ogen, gevoelige snorharen bij de bek en scherpe omhoogstaande oren. Ze hebben korte brede kaken met in totaal 30 tanden. Een kat kauwt niet, maar verscheurt zijn voedsel en gebruikt het zeer sterke maagzuur om het voedsel te verteren. De tong is bedekt met een laag ruwe papillen die goed van pas komt bij de persoonlijke verzorging. De tong van de poes is ruwer dan die van de kater; zo kan ze haar jongen beter wassen.

Zintuigen

Katten zien in de schemer, maar als het volledig donker is, zien ook katten niets. Ze zijn niet kleurenblind, maar kunnen ook niet echt goed kleuren onderscheiden. Overdag zien ze scherp. Ook hun oren zijn zeer goed ontwikkeld. Doordat ze hun oren 180 graden kunnen draaien, weten ze over het algemeen precies waar het geluid dat ze horen vandaan komt.

De snorharen hebben een functie bij het doden van hun prooi. Met de snorharen voelen ze potentieel gevaar en ze vertrouwen hier volledig op. De neus is ook een goed waarschuwingsmechanisme voor katten. Hun reukvermogen is weliswaar niet zo goed als dat van de hond, maar het is desondanks enorm ontwikkeld. Daardoor weten ze feilloos of voedsel eetbaar is of bedorven.

De haren in de kattenvacht zijn sterk verbonden met de hersenen. Dat is de reden dat de meeste katten ook graag aangehaald worden. Of een kat ook op de buik of onderrug willen worden aangehaald heeft met karakter te maken. De ene kat vindt het fijn, de ander slaat onmiddellijk zijn klauwen uit.